We zijn doorgeslagen in bewust ouderschap (en dat mag gezegd worden)

Er zijn momenten dat ik even geen zin meer heb in bewust ouderschap. Ik wil even geen speelgoedrotatie of verantwoord sensorisch spel en ik heb niet altijd zin om naar buiten te gaan om mijn kind te helpen ontladen na een drukke dag op de opvang.

Soms wil ik gewoon dat het stopt. De peuterdrama’s, de strijd, het moederen – en vooral het altijd voorop stellen van verbinding en aanwezig zijn. Want dat is waar bewust ouderschap, of conscious parenting, over gaat. Verantwoordelijkheid nemen voor je eigen reactie, emotieregulatie, afstemming – natuurlijk met inachtneming van de grenzen en kaders die er ook moeten zijn.

En ik denk dat het heel waardevol is dat ik af en toe voel dat dit even mag stoppen. Dat ik eventjes niet die bewuste, afgestemde ouder ben die het zó graag goed wil doen. Als je veel gelezen hebt, veel ervaring hebt met zo’n visie (niet alleen als moeder) en dus ook de overtuiging voelt dat dit dé weg is, dan kan het best lastig zijn om je er af en toe van los te maken en het over een compleet andere boeg te gooien.

En toch is dat waar bewust ouderschap, bewust leven, m.i. over gaat.
Zodat ik niet in perfectionisme verzand en het altijd probeer te fixen.

Wanneer bewust ouderschap perfectionisme wordt

Ik denk dat het een heel mooi voorbeeld is voor onze dochter dat ik aanwezig kan zijn bij de onrust die ze heeft of de verveling die ze ervaart. Haar niet helpen reguleren door van alles in te zetten om haar gevoelens kwijt te raken = reguleren. Dat ik de uitnodiging kan zien die deze situatie nu biedt, zonder in actie te gaan. Want ondertussen loopt in mij óók de spanning op door al dat harde werk om haar bewust op te voeden.

Het is niet altijd nodig om het voor haar interessant te maken om niet overprikkeld te zijn. Het is niet altijd nodig om haar ongemak te vertalen in spel of beweging.

Té bewust ouderschap waarbij je álles co-reguleert is een van de grootste valkuilen van bewust ouderschap; het leidt tot perfectionisme en dat is precies waar ouders (vooral moeders) compleet op onderuit gaan.

Onze dochter komt nu op een leeftijd (3,5 jaar) dat ik haar juist wil leren dat verveling haar creativiteit stimuleert. Dat overprikkeling kan leiden tot voelen wat je nodig hebt. Dat emoties er júist zijn om grenzen duidelijk te voelen.

Ik wil haar meegeven dat het helemaal ok is dat ze zichzelf in de weg zit. Dat we (zij en wij) dat niet altijd hoeven oplossen.

De onbewuste angst achter bewust ouderschap

Voor mij betekenen heel veel van de huidige bewuste visies/theorieën/methodes dat ze een houvast kunnen geven in het goed doen voor mijn kind, afgestemd op haar ontwikkeling zodat ze kan opgroeien tot een mens dat zich bewust en met vertrouwen door het leven navigeert. Klinkt perfect, toch?

Maar.

Onderbewust, zit er bij mij ook een angst. Dat áls ik het opvoeden maar goed en bewust kan doen, dan word ik minder geconfronteerd met haar emoties, driftbuien en haar ongemak. Want haar ongemak, geeft mij op dat onderbewuste laagje een seintje dat ik iets niet goed doe. En oef, de horror dat ik iets niet goed doe… Dat confronteert. Dat raakt. En dat wil ik liever niet voelen. En nog erger, stel je voor dat zij daar later last van gaat krijgen?

Daar wringt het voor veel ouders. Vooral voor ouders die zelf een opvoeding hebben gehad die in hun volwassen leven nog zorgt voor uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan je onzeker voelen, het moeilijk vinden om controle los te laten, niet met emoties van jezelf of anderen om kunnen gaan of dus perfectionistisch zijn.

Als je bewust ouderschap toepast vanuit deze onbewuste motivatie (het goed willen doen om je eigen ongemak niet te hoeven ervaren), dan is de kans groot dat er ook weinig ruimte is voor je kind om te voelen dat alles er mag zijn.

Er zijn genoeg momenten dat ik kies voor bijvoorbeeld actieve co-regulatie, speelgoedrotatie, sensorisch spel of haar betrek bij taakjes á la jagen-verzamelen-opvoeden vanuit een positieve motivatie. Omdat ik bijvoorbeeld nieuwsgierig ben naar wat dit in beweging zet bij haar. Of omdat ik zie hoe goed haar dit doet. Omdat ik er zelf van geniet.

Echter kan het ook zo zijn dat dit soort acties een vlucht worden om aanwezig te kunnen zijn bij wat er in het moment speelt bij haar.

Die driftbui omdat ze niet naar buiten wil los je op door de trucjes van op tijd voorbereiden en een beetje humor toevoegen. De frustratie van het instorten van een gebouwde toren los je op door de frustratie te erkennen terwijl je op je knieën zit en oogcontact maakt en haar uitnodigt om te kijken of het samen wel lukt. Het drama van het vermoeide kind dat om alles huilt help je dragen door tactiele activiteiten in te zetten en te benoemen dat je ziet hoe moe het is.

Allemaal waar. Maar wat hier nu in mist? Het voorleven dat niemand perfect is. Wij als ouders allerminst!
Want hoe kan ik haar leren dat zelfregulatie alleen maar mogelijk is als ik kalm en ontspannen ben? Het grootste deel van de tijd sta ik aan als moeder, draaien mijn zintuigen op 200% overpikkeling en ben ik zelf alles behalve gereguleerd.

Good enough parenting als tegenhanger

Good enough parenting gaat uit van het idee dat kinderen geen perfecte ouders nodig hebben, maar ouders die voldoende afgestemd zijn én soms tekortschieten (Winnicott). Juist in die kleine, draagbare momenten van frustratie leert een kind omgaan met emoties, grenzen en teleurstelling. Wanneer we niet alles oplossen of reguleren, krijgt een kind de ruimte om zichzelf te ervaren en veerkracht te ontwikkelen. Verbinding zit niet in foutloos ouderschap, maar in nabijheid, ook als het schuurt. Het is daarmee geen afzwakking van bewust ouderschap, maar een gezonde correctie op perfectionisme.

Good enough parenting betekent voor mij dat ik niet voortdurend bezig ben met het optimaliseren van mijn moederschap en het reguleren van mijn kind. Het is het vertrouwen dat mijn dochter niet beschadigd raakt van mijn menselijkheid, maar er juist van leert. Dat ze ziet dat emoties niet netjes en gereguleerd hoeven te zijn, dat er ruimte voor is en ze er soms echt even uit mogen knallen. Dat ik mijn tranen niet inslik want verdriet hoeft niet opgekropt te worden. Dat ik boos ben als mijn grenzen overschreden zijn en dat ik wel 10x/dag aan haar uitleg dat ik iets niet zo handig heb aangepakt.

Dat we soms samen kunnen ontspannen door even een filmpje aan te zetten. Dat ik bij overprikkeling eerst voor mezelf te zorgen heb in plaats van ‘het juiste’ voor haar te doen. Niet omdat het me niet kan schelen, maar juist omdat het me wél kan schelen.

Ik geloof dat verbinding niet ontstaat uit perfectie, maar uit echtheid.

We zijn doorgeslagen in bewust ouderschap. Goed genoeg ouderschap is voor mij de manier om mens te blijven — voor mezelf én voor mijn kind.

– Jora

Wil jij hier ook hulp bij? Neem dan vrijblijvend contact op voor een kennismakingsgesprek!


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *